Zorgwonen in verplaatsbare unit melden

Meldingsplicht

Sinds 16 augustus 2021 is zorgwonen in een tijdelijke, verplaatsbare constructie meldingsplichtig wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan:

  • De tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt volledig geplaatst binnen een straal van 30m van de hoofdwooneenheid op hetzelfde perceel als de hoofdwooneenheid of op een perceel dat onmiddellijk paalt aan het perceel van de hoofdwooneenheid.
  • De tijdelijke, verplaatsbare constructie wordt op een van de volgende plaatsen geplaatst.
  • In de zijtuin, al dan niet vrijstaand, tot op 3m van de perceelsgrenzen.
  • In de achtertuin, al dan niet vrijstaand, tot op 1m van de perceelsgrenzen. De ondergeschikte wooneenheid kan in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht wordt en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt.
  • De tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale hoogte van 3,5m.
  • De tijdelijke, verplaatsbare constructie heeft een maximale bruto vloeroppervlakte van 50m².
  • Er wordt geen bijkomende verharding aangelegd, met uitzondering van de tijdelijke, verplaatsbare constructie zelf en een strikt noodzakelijke toegang tot de tijdelijke, verplaatsbare constructie.
  • De plaatsing van de tijdelijke, verplaatsbare constructie gaat niet gepaard met een ontbossing, het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem, en gebeurt niet in een overstromingsgebied noch in een ruimtelijk kwetsbaar gebied, met uitzondering van agrarisch gebied met ecologische waarde, agrarisch gebied met ecologisch belang en parkgebied.
  • De noodzakelijke nutsvoorzieningen takken aan op de bestaande nutsvoorzieningen van de hoofdwooneenheid.
  • De afvoer van het afvalwater sluit aan op de bestaande waterafvoer van de hoofdwooneenheid.
  • De plaatsing is tijdelijk voor een maximale totale duur van drie jaar per hoofdwooneenheid. De duur kan met een nieuwe melding slechts één keer verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal drie jaar.
  • Binnen drie maanden na het beëindigen van de zorgsituatie, worden de tijdelijke, verplaatsbare constructie en de hiervoor aangelegde strikt noodzakelijke toegang verwijderd. 

Hoe zorgwonen in een nieuw tijdelijk verplaatsbaar bijgebouw melden in het Omgevingsloket? 


Project aanmaken en locatie ingeven

  • Log in en start een nieuw project
  • Begin met aankruisen “melding omgevingsproject”
  • Geef een projectnaam in, bijvoorbeeld “onze zorgwoning”
  • Klik op “project aanmaken”
  • Klik op “Situering toevoegen”
  • Kruis aan “Stedenbouwkundige handelingen”
  • Klik op “Maak situering”
  • Een scherm opent waarin u de locatie van uw project gaat aanduiden. U klikt op het perceel (of de percelen) en dan op “volgende”. U geeft een naam voor de locatie in, bijvoorbeeld “mijn terrein”. U slaat op. De locatie is dan toegevoegd onder “stedenbouwkundige handelingen”.
  • Nadat u de locatie hebt ingegeven, gaat u inhoud aan het dossier toevoegen.

Inhoud aan het dossier toevoegen

  • Klik links, onder “situering” op de locatie. In ons voorbeeld dus op “mijn terrein”
  • Klik op “inhoud aanvraag” en dan rechts op “handeling toevoegen”
  • Bij “Welke handeling wenst u uit te voeren”, selecteert u “Nieuwbouw van bijgebouwen en niet overdekte lage constructie”. Opgelet: dit staat twee keer in de keuzelijst. Met en zonder architect. Voor een tijdelijke, verplaatsbare constructie met een maximale brutovloeroppervlakte van 50m2 en een hoogte van maximaal 3.5m heeft u geen architect nodig.
  • Het planelementtype wordt dan automatisch “Bijgebouw of beperkte constructie rond een gebouw”
  • U geeft een planaanduiding in, bijvoorbeeld “De zorgwoning”.
  • U klikt op “volgende “ en gaat zo naar stap 2
  • Hier krijgt u de vraag “staat het voorwerp op de kaart”. Aangezien u een nieuw bijgebouw plaatst, kiest u voor “neen, het voorwerp staat niet op de kaart”. En u gaat naar stap 3
  • In stap 3 selecteert u “polygoon” en tekent u het bijgebouw in op de kaart links. Eens dat succesvol gedaan is gaat u naar stap 4
  • In stap 4 vult u de detailgegevens in voor het geselecteerde voorwerp (het bijgebouw). Het gaat om een paar kleine vragen waaronder een vraag naar de bestemming van de gewenste functie. Omdat het loket pas bij een aanpassing in het najaar de functie “zorgwonen” voorziet, moet u nu nog “andere functie” aanduiden als gewenste bestemming. Eens dat succesvol gedaan is, keert u automatisch terug naar het overzichtsscherm.
  • Daar kunt u op “plannen en foto’s” klikken. Rechts kunt u dan de vereiste plannen en foto’s opladen. Instructies hiervoor staan in het normenboek. Voor de melding van een ondergeschikte wooneenheid moet u volgende documenten toevoegen: 
    • Inplantingsplan 
    • Drie kleurenfoto’s
    • Een constructieve tekening van de zorgwoning. Dat is een alles omvattende tekening waarop de uitvoering, de gebruikte materialen en de voornaamste afmetingen aangebracht zijn. De tekening bevat de afmetingen van: het grondvlak, de nokhoogte, de kroonlijsthoogte, plaats en omvang van raam-en deuropeningen. Vaak kan een dergelijke tekening aangeleverd worden door de fabrikant van de verplaatsbare constructie.
  • Bij verordening hemelwater (op het overzichtsscherm) klapt u aan de rechterzijde de eerste vraag open. Daar kruist u aan wat van toepassing is. Mogelijk is uw gebouw méér dan 40m2. In dat geval bent u verplicht om verdere gegevens in te vullen over de regenwaterput en over infiltratie van het hemelwater. U slaat op.
  • Volgende item is “effecten op de omgeving”. Op de eerste vraag (over bijlage III) kruist u “neen” aan en slaat op.
  • In het laatste item “dossierstukken” beantwoordt u eerst de vraag of de werken reeds gestart zijn. Daarna kruist u aan “ander dossierstuk”. U klikt dan onderaan nogmaals op ander dossierstuk en kan een document opladen. Hier moet u addendum B39 (ingevuld) opladen.
  • Tenslotte gaat u links naar “projectinformatie”.
  • Vraag na bij uw gemeente of een dossiertaks vereist is. Dit verschilt van gemeente tot gemeente
  • Op de vraag of het project betrekking heeft op een Vlaams of provinciaal project antwoordt u “neen” en slaat op 

Personen aan het dossier toevoegen

  • Klik links, onder “projectverloop” op “personen”. Geef in wie de aanvrager (melder) is. Geef ook adres- en contactgegevens op.
  • U kunt hier ook een compleetheidscheck uitvoeren.
  • U kunt de aanvraag (melding) ondertekenen en indienen, of anderen uitnodigen om ze te ondertekenen.
     
Lees ook
Direct naar het Omgevingsloket